De ontmoeting
De tranen stroomden over m’n wangen en ik kon gewoon niet
ophouden met huilen. Ik voelde dat mijn ogen moe werden van het naar beneden
persen van het zoute vocht.
Mijn hoofd begon te tintelen en ik voelde weer een
stortvloed van druppels aankomen totdat ik iets op mijn schouder voelde…Ik
draaide me geschrokken om en veegde vliegensvlug de tranen van mijn gezicht met
mijn veel te grote roze trui.
Ik wilde natuurlijk niet aan andere laten zien hoe
ontzettend overstuur ik was.
Toen ik daadwerkelijk kon kijken wie of wat mij aanraakte
maakte mijn onweersbui meteen plaats voor een stralende zon. Wie zag ik daar…?
Het was mijn grote liefde, degene met wie ik ben opgegroeid
van jongs af aan.
Deze lieve ogen, de continue glimlach op zijn gezicht, de
zachte aanraking van zijn huid en zijn vrolijke manier van praten, dit was hem
in levende lijve!
Mijn geluk kon niet meer op! Ik wilde hem aanraken, samen
foto’s maken, ijsjes eten, een ballonvaart met hem maken, op dat ene bankje
zitten bij die brug, ohhh ik wilde zoveel mijn gedachten sloegen op hol.
Ik sprak mijzelf streng toe dat ik me rustig moest houden,
hij mocht niet weten hoelang ik ernaar had uitgekeken om hem te zien.
De zenuwen gierden door mijn keel en zijn hand rustte daar
maar op mijn schouder.
De zweetdruppels liepen langzaam van mijn voorhoofd naar
beneden en de roze trui werd ineens wel heel erg benauwd.
Ik nam een slokje van mijn cola en bedacht hoe zijn wereld eruit
moet hebben gezien al die jaren.
Zou ik straks brutaal genoeg zijn om te vragen of ik een
keer mee zijn wereld in mag?
Ik kende die wereld immers wel van plaatjes, films en tv,
maar om daar echt zelf te zijn en alles alleen met hem te kunnen delen dat zou
een droom zijn.
Het grappige is dat ik liever niet in de buurt ben van zijn
soortgenoten, ik vind ze zelfs een beetje eng. Ik vraag me af waardoor dit
komt, ik denk dat de oorzaak is dat hij vele malen groter is dan zijn
soortgenoten en zich buiten dat ook onderscheidt van hen.
Hij is een geval apart. Hij heeft immers een hele eigen
wereld gecreëerd en dat zie ik die kleintjes nog niet doen.
Nu is het niet zo dat hij een soort einzelgänger is, in
tegendeel zelfs. Ik moet vereerd zijn dat zijn hand op mijn schouder ligt. Hij
is immers een waar idool en heeft wel honderden vrienden. Deze vrienden ken ik
ook allemaal, ik ken al hun levensverhalen ik weet bijvoorbeeld wie hun
vriend/vriendin is, en of ze getrouwd zijn en of ze vijanden hebben.
Hij heeft zelf trouwens ook een vriendin. Misschien klinkt
het gek , maar ik vind dat helemaal niet erg , ze is namelijk hartstikke lief
en heeft dezelfde leuke glimlach en grappige manier van praten als hij.
Zij is dan ook samen met hem een uitzondering van de
‘soortgenoten’ waar ik normaal niet zo’n fan van ben. Zij zijn samen zo
speciaal, daar kan ik alleen maar bewondering voor hebben.
Ik staar voor mij uit en eet op een speelse manier de
korrels van mijn bord als ik denk aan alle gemeneriken die ook in zijn wereld
leven.
Kan ik dat wel aan en durf ik dat wel, zou hij mij
beschermen. Ik moet er niet aan denken om alleen achtergelaten te worden in dat
bos met die enge bomen en griezelige mysterieuze wezens. Ik zou niet weten wat
voor capriolen ik zou moeten uithalen om ze te bestrijden.
Ik schud met mijn hoofd heen en weer en weet dat dit een
kans is die ik moet aanpakken ondanks de consequenties die dat met zich
meebrengt.
Miljoenen mensen zouden zo ontzettend jaloers op mij zijn.
Ik met hem samen op een groot avontuur reizend door zijn wonderlijke wereld.
Ik moet dit doen! Dus ik verzamel al mijn moed bij elkaar en
richt mij tot zijn gezicht nog even twijfelachtig kijk ik neer, maar ik weet
mijzelf een zekere houding te geven en de woorden rollen uit mijn mond en
vormen de vraag:
‘Lieve Mickey Mouse mag ik met jou samen naar Disneyworld?’.



